Menu

Het gebeurt bijna nooit dat een moeder overlijdt tijdens de bevalling of in het kraambed. Geschat wordt dat er per jaar een twaalftal vrouwen zijn in België, op basis van de huidige cijfers van STATBEL en de Maternal Mortality Ratio (MMR) van onze buurlanden. We weten verder heel weinig over deze vrouwen, behalve wat vermeld staat op het sterfte­certificaat en wat als doodsoorzaak wordt meegegeven aan het Vlaamse Studiecentrum voor Perinatale Epidemiologie (SPE).

Deze studie toont dat er in een diverse stadspopulatie grote verschillen kunnen bestaan in cardiovasculair risico bij etnische en socio-economische subgroepen. In plaats van landen te classificeren als hoog- of laagrisico is het noodzakelijk deze subgroepen per land te identificeren en vervolgens preventief gerichter op te volgen.

Een stijgende dagelijkse temperatuurvariatie blijkt geassocieerd met een toenemende mortaliteit. Deze oversterfte wordt geschat op 1,4-10,3% voor de periode 2020-2099, een schatting waar beleidsmakers best rekening mee houden.

In deze studie verkleinde de sterfte in beide groepen (diabetes en niet-diabetes) sterk, voornamelijk door een substantiële afname in cardiovasculaire mortaliteit. De globale mortaliteit van patiënten met diabetes blijft echter groter dan bij personen zonder diabetes. Deze resultaten tonen dat men zich bij patiënten met diabetes niet uitsluitend tot de vasculaire risicofactoren moet richten, maar ook op andere oorzaken van verhoogde sterfte, zoals kankers, leverziekte en dementie.

Wereldwijd is 18% van de kankersterfte het gevolg van longkanker. Wie de diagnose te horen krijgt, heeft amper 15% kans om na vijf jaar nog in leven te zijn. Deze lage overlevingscijfers houden onder andere verband met een laattijdige diagnose. Het lijkt dan ook logisch om risicopersonen, zoals intensieve (ex-)rokers, regelmatig te screenen (via een lage dosis CT-scan) op de aanwezigheid van groeiende longnodules om zo longkanker te ontdekken in een behandelbaar stadium.

Deel I van het overlijdenscertificaat laat toe de opeenvolging van de doodsoorzaken op een logische wijze te preciseren: van een onmiddellijke (bovenaan), via één of meerdere tussenliggende, naar een oorspronkelijke of onderliggende (onderaan deel I) oorzaak van overlijden. De volgorde van de doodsoorzaken heeft dus belang.

In 2013 overleden 1052 Vlamingen door zelfdoding of bijna drie per dag. Ondanks een lichte daling van het aantal suïcides liggen Vlaamse cijfers ongeveer anderhalve keer hoger dan het Europese gemiddelde. Voor vrouwen bevindt Vlaanderen zich bovenaan, samen met België, na Litouwen en Hongarije. In alle leeftijdsgroepen sterven meer mannen door zelfdoding dan vrouwen, hoewel het aantal suïcidepogingen bij vrouwen hoger ligt dan bij mannen (1,7:1).

Je vraagt je soms af waar iemand de energie haalt om een boek te boek te schrijven. Atul Gawande, chirurg en hoogleraar aan de Harvard Medical School en de Harvard School of Public Health, houdt zijn motivatie achter de hand tot het laatste hoofdstuk. Hierin beschrijft hij het stervensproces van zijn eigen vader en de strijd die hij geleverd heeft met het gezondheidszorgsysteem om zijn vader uiteindelijk een waardig sterven te garanderen.

Het is al langer gekend dat langdurige blootstelling aan verhoogde concentraties fijn stof (PM2,5: partikels met diameter < 2,5 micrometer) op lange termijn leidt tot chronische longziekten en een verhoogd risico op hart -en vaatziekten. Maar wat is het effect van kortstondige (24 uur) stijgingen van PM2,5-concentraties?

Goede palliatieve thuiszorg eindigt soms jammer genoeg met een niet-geplande ziekenhuisopname ten gevolge van een decompensatie van de mantelzorg. In dit artikel wordt beschreven wat de valkuilen zijn en hoe de huisarts de familie in deze taak kan ondersteunen.