Menu
Geavanceerd zoeken

De auteur is een professor in de kindergeneeskunde van de Harvard Medical School, tevens coördinator van de navormingsgroepen voor kinderontwikkeling in het kinderhospitaal te Boston.

Dit boek is vooral geschreven voor mensen in het onderwijs, maar ook voor alle anderen die door hun beroep of hun vrijetijdsbesteding met jeugdigen te maken hebben.

In de parlementaire vragen en antwoorden lezen we dat op het einde van 1985 5.043 personen gecolloceerd waren. Bepalen of een persoon al dan met ten onrechte m collocatie wordt gehouden, behoort uitsluitend tot de medische en juridische verantwoordelijkheid. Het hoge aantal collocaties en de zware verantwoordelijkheid van de arts hierin zijn redenen genoeg om in deze Papierwinkel even bij het probleem van de collocatie stil te staan.

In HANU 16 (1987) 2, blz. 80-82 publiceerden we het eerste artikel van onze nieuwe reeks over recente geneesmiddelen. We hadden het toen over wat er in 1986 op de markt kwam en dat was niet zo heel erg veel. Dat is ook in het eerste trimester van 1987 het geval. Een overzicht.

Niemand in de Vlaamse huisartsenwereld heeft momenteel enig idee van wat er gedaan zou moeten worden als er straks in Doel iets gelijkaardigs zou gebeuren als precies een jaar geleden in het Russische Tsjernobil. Welke problemen kunnen zich bij ons stellen en in hoeverre kunnen huisartsen een rol spelen in het oplossen ervan ? Onze vragen daaromtrent bespraken we met een team van deskundigen. Voor meer achtergrondinformatie over termen, types van bestraling en dergelijke meer verwijzen we naar de andere, beschrijvende artikels in dit dossiernummer van HANU.

De radiologie en het nucleair geneeskundig onderzoek vormen een hoeksteen in ons hedendaags diagnostisch arsenaal. Het is dan ook belangrijk de potentiële risico's van dergelijke onderzoekingen adequaat te kunnen beoordelen om niet te vervallen in uitersten als ongemotiveerde stralingsangst of ongenuanceerd geloof in de onschadelijkheid van radioactiviteit.

Deze tekst is gebaseerd op een technisch document van de International Atomic Energy Agency (Wenen, 1986): What the general practitioner (MD) should know about medical handling of overexposed individuals. Ongevallen in de nucleaire sector, maar ook tijdens radiotherapie of transport van radioactieve stoffen, kunnen radioactieve straling doen vrijkomen. Algemeen genomen kan men de ongevallen als volgt indelen: — algemene uitwendige bestraling van het lichaam, — uitwendige bestraling van een deel van het lichaam, — contaminatie of radioactieve besmetting — uitwendig op de huid of inwendig na...

Een levende cel bestralen veroorzaakt ionisatie. Daardoor kan het DNA rechtstreeks beschadigd worden of er kunnen scheikundige reacties in de andere celelementen ontstaan. Bij deze scheikundige reacties komen sterk reactieve zuurstofatomen en hydroxylgroepen vrij, die op hun beurt DNA-elementen kunnen verstoren, met ernstige biologische schade tot gevolg. De gevolgen van bestraling zijn afhankelijk van de stralendosis, de wijze van bestralen, de aard en het doordringingsvermogen van de stralen.

Dit is het eerste artikel van ons dossier over nucleaire rampen. Om de materie zo duidelijk mogelijk te benaderen, hebben we gemeend de basisgegevens — eenheden en definities — in verband met radioactieve straling vooraf eens op een rijtje te moeten zetten. Dit is dus de grondlaag voorde verdere analyses. De lezer zal in dit artikel trouwens een kaderstukje vinden waarin alle gegevens nog eens overzichtelijk en schematisch bij elkaar staan; het dient om uitgeknipt, op een stukje karton gekleefd en doorheen deze dossier-HANU meegedragen te worden.

Een enkele uitzondering niet te na gesproken hebben Vlaamse huisartsen zich nooit erg bij milieuproblemen betrokken gevoeld.