Menu

Op dinsdagochtend, tijdens de consultaties in het asielzoekerscentrum, ontmoet ik Brahim. In zijn dossier lees ik dat hij tijdens zijn vluchtroute van Noord-­Afrika naar België van een hoge muur is gesprongen en daarbij een van zijn ruggenwervels heeft gebroken.

Sjarel is één van de weinige patiënten die ik al kende voor ik mijn studies geneeskunde startte. Ooit was hij als kind mijn buur, in de stad waar mijn wieg stond. Later werd hij mijn mentor voor en bij de aanvang van de zeven jaren aan de unief. Het was niet alleen de anatomie en fysiologie die we deelden, maar ook voetbal. Elk jaar gingen we een paar keer naar de Rode Duivels kijken, toen nog een bescheiden clubje.

Achter elk medisch handelen schuilt tot op zekere hoogte de vraag of dit wel het goede handelen is. Dat wordt heel duidelijk wanneer het over beslissingen rond leven en dood gaat. Op zulke ogenblikken is de inbreng van de medische ethiek noodzakelijk.

Op de vraag wie iemand is, wordt vaak met het beroep geantwoord. We beschouwen ons als het ware één met ons werk. Een job die aan onze competenties is aangepast, maakt zelfs dat we ons gezonder gaan voelen: zo gaan arbeid en gezondheid hand in hand.

Regelmatig worden we via de media gealarmeerd over het toenemend aantal huidkankers. De Stichting tegen Kanker stelde dit jaar nog dat huidkanker een epidemie wordt. Ongeveer 40% van de kankers die vandaag ontdekt worden, is een type huidkanker.

In de praktijk krijgen huisartsen steeds vaker met juridische kwesties te maken, ook bij het overhandigen van medische gegevens: ‘Kan ik een briefje krijgen voor mijn werkgever, want ik was vorige week ziek... 'Mijn advocaat vraagt een verslag van mijn ex-vriendin die vroeger patiënt was bij jou.’ ...

Dat veel aandoeningen verband houden met een ongezonde leefstijl, hoeft geen uitleg. In welke mate een bepaalde leefstijl de doorslag geeft bij een specifieke chronische aandoening, is evenwel niet altijd duidelijk. Dit handboek poogt op een evidence-based wijze daarop antwoorden te formuleren.

Tien jaar na de invoering van het zorgtraject chronische nierinsufficiëntie (CNI) wordt de meerwaarde hiervan openlijk in vraag gesteld. Huisartsen voelen zich niet de spilfiguur in dit traject en wijzen op het gebrek aan eenduidige concrete beschrijvingen die weergeven hoe de samenwerkingsvorm met specialisten en patiënten gerealiseerd kan worden.

Meer dan tien jaar na zijn invoering slaagt het zorgtraject chronisch nierinsufficiëntie er niet in zijn doelstellingen te bereiken. Kan dit zorgtraject nog gered worden?

Een multidisciplinaire aanpak is nodig om chronische nierinsufficiëntie tijdig in kaart te brengen, complicaties op te vangen en de medicatie te bewaken.