Menu

Uit deze studie blijkt dat jongvolwassenen (18-24 jaar) het grootste risico lopen op toekomstige gewichts- en BMI-toename. Andere sociodemografische factoren hebben een zwakkere absolute en relatieve associatie met gewichtstoename. Jongvolwassenen lijken dus een belangrijke opportuniteit te vormen voor toekomstige preventiecampagnes tegen obesitas.

Deze review toont het wereldwijd voorkomen van matig tot hoge niveaus van burn-out. Een uitdaging voor beleidsmakers is de sterke variatie in burn-outschattingen tussen studies en landen. Gebruik van een uniform meetinstrument en duidelijke afkapwaarden om burn-out te definiëren is cruciaal. Bovendien dient ook de context waarin de huisartsen werken, beter bekeken te worden om burn-out in de eerste lijn beter te begrijpen.

Is intermittent vasten nu een hype of kan het ook een hulp zijn om te vermageren en het cardiovasculair risico te verminderen? Op dit artikel uit onze vorige nummer kwam een reactie van huisarts Staf Henderickx. Auteur Silke Stalpaert geeft antwoord.

BPA is een gekende hormoonontregelende stof die dagelijks wereldwijd wordt gebruikt. Via interactie met oestrogeenreceptoren kan ze inwerken op het vetweefsel, centraal zenuwstelsel en de darmflora en zo bijdragen tot het ontwikkelen van obesitas. Deze gevolgen zijn transgenerationeel en cardiovasculaire complicaties zijn het meest frequente gevolg. Voorzichtigheid is dus aangewezen en het gebruik van BPA wordt best geminimaliseerd.

Roy Remmen oppert in zijn afscheidsrede dat de huidige geneeskundige opleiding misschien nog een tandje hoger zal moeten schakelen om jonge huisartsen te wapenen voor het levenslang uitoefenen van hun boeiend, maar ook veeleisend beroep. Als arts van ‘de jongere generatie’ trek ik die vraag graag open: moet de opleiding geneeskunde inderdaad (nog) een tandje bijsteken of moeten we als huisarts op regelmatige basis eens terug naar de schoolbanken?

In principe limiteert intermittent vasten niet wat en hoeveel er gegeten wordt, maar wel wanneer. Kan deze nieuwe hype een hulp zijn om cardiovasculaire risico’s te verminderen en andere gezondheidseffecten te genereren?

Het chronischevermoeidheidssyndroom (CVS), ook wel gekend als myalgische encefalomyelitis (ME), is een aandoening die vele mensen treft. Het GR-adviesrapport van 2015 raamt de prevalentie op 180 tot 250 patiënten per 100 000 inwoners. Het is een heterogeen, multisystemisch syndroom waarvan de precieze etiopathogenese nog onvoldoende uitgeklaard is en een curatieve behandeling actueel nog niet voorhanden. Ondanks dat de aandoening aanzienlijk lijden veroorzaakt en de levenskwaliteit zwaar aantast, blijft ME/CVS vaak ongediagnosticeerd of inadequaat behandeld. Zeker in de huidige tijd waarin...

In tegenstelling tot de meerwaarde die de subtypering van GDM heeft in het voorspellen van obstetrische/neonatale outcome, lijkt subtypering geen meerwaarde te bieden in het voorspellen van het toekomstige diabetesrisico. Strikte opvolging van de glucosetolerantie in de jaren na de zwangerschap blijft daarom noodzakelijk bij alle vrouwen met GDM, onafhankelijk van het subtype.

Extra aandacht voor alcoholgebruik en ondersteuning in gedragsverandering is belangrijk bij patiënten met voorkamerfibrillatie in de eerste lijn. Dit zou de kans op episodes van voorkamerfibrillatie en bijgevolg subjectief hinderlijke symptomen kunnen beïnvloeden.

Het syndroom van Cushing is een zeldzame aandoening met een geschatte incidentie van twee tot vijf nieuwe gevallen per miljoen per jaar. Ze kent een piekincidentie in de leeftijd van 25-40 jaar, met een vrouwelijke predominantie. De ziekteverschijnselen zijn het gevolg van een langdurige blootstelling aan hoge waarden van glucocorticoïden, endogeen of exogeen. De endogene vorm (ziekte van Cushing) is zeldzaam en in 80-85% van de gevallen het gevolg van een overmaat aan ACTH-productie door een hypofyse-adenoom.