Menu

Bedreigt privékapitaal onze toegankelijke en kwalitatieve gezondheidszorg?

Bedreigt privékapitaal onze toegankelijke en kwalitatieve gezondheidszorg?

Ik ben een oudere huisarts en heb de hele evolutie in de huisartsgeneeskunde na de Tweede Wereldoorlog zelf van dichtbij beleefd. Er is de sympathieke én toe te juichen evolutie naar multidisciplinaire samenwerking en vervrouwelijking. Maar door het toenemend huisartsentekort, in verhouding tot de zorgnood in de eerste lijn, en het opduiken van privé-initiatieven, dreigt de universele dienstverlening in het gedrang te komen. Waarom onderneemt de overheid niets om deze trend tegen te houden of te corrigeren? 

Begin jaren 70 waren bijna alle huisartsen mannen en soloartsen. ‘Huisarts’ was toen geen specialisatie, maar was je vanzelf als je na zeven jaar aan de unief het diploma van ‘dokter in de genees-heel-en verloskunde’ behaalde. De echtgenote verzorgde de (telefoon)permanentie en heel de dag was de dokter in de weer met raadplegingen en huisbezoeken. In het beste geval hield de huisarts een handgeschreven dossier van de patiënt bij. De inkomsten kwamen uitsluitend van medische prestaties: de patiënt betaalde direct cash en kreeg het overgrote deel via het ziekenfonds terugbetaald. Deze ‘mijnheer doktoors’ werkten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, deden daarenboven nog bevallingen, kleine heelkunde en ingipsen van eenvoudige fracturen. De consultatieruimte maakte deel uit van de privéwoning. Avondwachten bestonden niet, alleen weekendwachtbeurten per dorp of wijk.

Wat toen werd aanzien als revolutionair, is nu bijna de regel geworden

Toen ik samen met vrienden-collega’s in 1976 in Lommel een groepspraktijk opstartte, was dat een ware innovatie. Die eerste groepspraktijken waren praktijken van Geneeskunde voor het Volk of wijkgezondheidscentra van linkse signatuur met een holistische geneeskunde in het vaandel. Die vernieuwers braken een lans voor gratis geneeskunde en werkten daarom aan terugbetalingstarieven. Het zogenaamde ‘remgeld’ werd niet gevraagd aan de patiënt. Later stapten vele praktijken over naar het forfaitair systeem, wat de opportuniteit bood om een multidisciplinaire geneeskunde uit te bouwen met een onthaal, secretariaat, verpleegster en eventueel een diëtiste, kinesist en psycholoog. 

Wat toen werd aanzien als ‘revolutionair’, is nu bijna de regel geworden. Visies op het takenpakket binnen de eerstelijnsgeneeskunde werden wel diverser. De meeste huisartsen doen nu nog weinig huisbezoeken, werken op afspraak en beperken hun consultaties, want de praktijk sluit veelal rond 19 uur. Een weekwacht en weekendwacht vangen de ‘out-of-office' contacten op. Ondertussen vormen vrouwelijke artsen de meerderheid in de huisartsengroeperingen. 

Firma’s rukken op in Nederland en… België

Vandaag wint een nieuw model van huisartsgeneeskunde terrein, alvast bij onze noorderburen. Commerciële organisaties springen daar in het gat van het huisartsentekort. Private ondernemingen starten huisartsenpraktijken op in regio’s waar een nijpend tekort is of waar stoppende praktijken geen overnemer vinden. Het is hun bedoeling om een netwerk over heel Nederland uit te bouwen om zo ‘de huisartsgeneeskunde efficiënter te organiseren’.1 

Commerciële organisaties springen in het gat van het huisartsentekort

Momenteel is de firma Co-Med de grootste speler met 24 huisartsenpraktijken. De website van Co-Med spreekt van een vernieuwing in een cruciaal onderdeel van het gezondheidszorgbestel en wil een tegengewicht bieden voor de stijgende werklast van de huisarts om zo het werkplezier van de huisarts te verbeteren.2 Co-Med doet dat door de huisarts te ontlasten van zijn of haar bedrijfsvoering, zodat de dokter zich volledig kan richten op de huisartsenzorg. Net zoals de firma Quin legt Co-Med zich toe op speciale softwarepakketten voor huisartsen zoals de ‘symptoomchecker’, waar patiënten hun klachten kunnen invoeren en de app dan vertelt wat te doen.3 
Ook programma’s voor videoconsultaties worden ontwikkeld, waarbij de videodokters soms op honderden kilometers van de praktijkpopulatie wonen. Trouwens, via de app Doktr kan je ook als Belgische patiënt al een videoconsultatie versieren bij een arts ‘met een brede medische kennis, erkend in België’.4

De gezondheidszorg: investeren met een vast rendement

Waarom zijn vandaag privéinvesteerders geïnteresseerd in huisartsgeneeskunde? Huisartsen zijn wel niet de grootverdieners binnen de geneeskunde, maar de uitbouw van de sociale zekerheid zorgt voor een vaste, verzekerde bron van inkomsten voor artsen, het medisch personeel, de medische uitrusting en de gebouwen. 
Het budget van de gezondheidszorg voor 2022 bedraagt ruim 36 miljard euro.5 De krant De Tijd becijferde dat in 2018 van elke 100 euro belastinggeld er 14,2 euro naar gezondheidszorg gaat (zie tabel). Dat is een enorme vetpot. Investeerders zijn dan ook meer en meer geïnteresseerd om initiatieven te nemen op het terrein van gezondheidszorg. 

Tabel: Duizend euro belastinggeld wordt zo besteed (bron: 'Waar vloeien uw belastingcenten naartoe' uit De Tijd)
Uitgavepost in 2019 Per 1000 euro Belastinggeld
Pensioenen 201
Gezondheidszorg 142
Onderwijs 119
Administratie 93
Arbeidsongeschiktheid, vervangingsinkomen 65
Subsidies aan bedrijven 62
Rentelasten 56
Mobiliteit 48
Kinderbijslag 44
Werkloosheidsuitkering 37
Veiligheid 33
(Andere) sociale bescherming 19
Milieubescherming 16
Defensie 16
Cultuur 9
Sport 6
Sociale woningbouw en gemeenschapsvoorzieningen 6
Religie 2
Andere 26

 

Houd de gezondheidszorg publiek

De Vlaamse regering onderneemt geen stappen om deze privatiseringstrend af te blokken. Integendeel! Zij wil de lokale publieke zorg openstellen voor privékapitaal. Door een aanpassing van het decreet Lokale Besturen zouden privé-investeerders tot 49 procent van het kapitaal kunnen overnemen.6 Voorlopig zit dat nieuwe decreet in de koelkast omdat de oppositiepartijen naar de Raad van State trokken met de vraag of het decreet ook de deur zou openzetten voor privékapitaal in openbare ziekenhuizen.7

Maar op het terrein van de huisartsgeneeskunde bestaat er volgens mij in België geen wettelijk kader om privéinvesteerders te verhinderen initiatieven te nemen om de organisatie van de huisartsgeneeskunde (mee) in handen te nemen, zoals dat nu al het geval is in Nederland. Bouwprojecten met integratie van een huisartsenpraktijk, apotheek, dierenkliniek, welnesscentrum, kapsalon en aanverwante diensten, staan nu al in de steigers. De verhuring of verkoop kan dan zorgen voor een extra meerwaarde aan winst.

Als het privékapitaal de passie preekt, huisarts let op uw patiënten

Zulke initiatieven stimuleren een zorg die vooral gericht is op de rijkere middenklasse en duwt de gezondheidszorg in de richting van koopwaar in plaats van dienstverlening. En als het principe van gelijke toegankelijkheid te grabbel wordt gegooid, dan torn je aan de basis van een rechtvaardige gezondheidszorg. 

Daarom blijft volgens mij de organisatie van huisartsenpraktijken best in handen van een ‘vereniging zonder winstoogmerk’, met als doel de uitbouw van kwalitatieve en multidisciplinaire eerstelijnsgeneeskunde. Als het privékapitaal de passie preekt, huisarts let op uw patiënten. Gezondheidszorg moet, net zoals onderwijs, een openbare dienstverlening blijven. 

Auteur(s)

Staf Henderickx is huisarts en auteur van o.a. ‘Van Mammoet tot Big Mac’.

Hebt u een vraag of opmerking?
Laat het ons weten!

CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.