Menu

Dit onderzoek toont aan dat culturele, sociale en legale factoren en verschillen in de organisatie van gezondheidszorg verklaren hoe continue diepe sedatie in een aantal landen verschillend gebruikt wordt.

Deze kwalitatieve studie gaat na hoe huisartsen in Vlaanderen sinds 2002 met legale euthanasie omgaan. Hoe bepalend hierin is de persoonlijke mening van de huisarts, de bestaande arts-patiëntrelatie en het individuele 'vermogen' om euthanasie praktisch toe te passen?

Ik heb een periode gehad, tussen de jaren 2001 en 2004, waarin ik 'pakkende' ervaringen in mijn praktijk van mij af wou, 'moest' schrijven. Het was een periode waarin ik zelf bezig was aan een emotionele en existentiële wederopbouw. Het ordenen van mijn gedachten en gevoelens op papier bracht voor mij sereniteit en rust.

Het kon niet op die leeftijd, volgens de evidentie, maar kennelijk toch wel. Waarom had ik niet verder gegraven in de diagnostische kuilen? En hoe kon het dat een andere arts, wiens methoden ik niet volgde en eigenlijk ook een beetje minachtte, toch de juiste reflex had?

Hoe gaan huisartsen om met rouw, als een van hun patiënten overlijdt? Het bestuderen van emoties bij artsen lijkt voorlopig nog onder de wetenschappelijke censuur te vallen. Wil men voorkomen dat huisartsen zich terugtrekken in cynisme of schamperheid, dan is al tijdens de opleiding meer ruimte nodig voor (zelf)reflectie en zorg voor de huisarts.

Had ik deze patiënt beter moeten volgen? Was ik niet te kort aan de telefoon geweest? Waren er signalen die ik niet had gezien…? Huisartsen worden vaak verteerd door schuldgevoelens, maar of hun aandeel zo groot is in het menselijk lijden, is nog maar de vraag.

Patiëntgerichte dokters hebben aandacht voor de zieke mens in zijn unieke context en voor de biopsychosociale factoren in het ziekteproces. Zij beschouwen de patiënt als een gelijkwaardige partner bij het nemen van beslissingen. Een gezonde arts-patiëntrelatie is voor hen een basisvoorwaarde voor goede geneeskunde.

We leven in een neoliberale maatschappij, waarin succes het criterium voor normaliteit is en falen een indicatie voor een stoornis. De nieuwe norm heet efficiëntie, het doel is materiële winst en de daarbij horende deugd heet hebzucht. En we zijn er niet gelukkig mee.

Een correcte en vroegtijdige doorverwijzing bij jonge patiënten met anorexia nervosa is van groot belang. Een pediatrische opnamedienst is hierbij een toegankelijke ingangspoort, waarbij men zorg kan verlenen voor de lichamelijke klachten, maar ook reeds een begin kan maken met psychotherapie.

Dit onderzoek ontwikkelde een instrument voor de eerste lijn om medicatielijsten van bewoners van woonzorgcentra te evalueren: het Adequaat Medicatiebeleid bij Ouderen (AMO)-instrument. De huisartsen vonden de toepassing hiervan praktisch haalbaar en niet te tijdrovend.