Menu

De laatste jaren is het aantal langdurig (1 jaar) arbeidsongeschikten aanzienlijk gestegen. Momenteel zijn er bijna 500 000 langdurig zieken in België (figuur 1).1 Volgens het Riziv zijn de meest voorkomende aandoeningen van psychische en locomotorische aard.

Huisartsen hebben dagelijks te maken met patiënten die gezondheidsklachten ervaren die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met het uitvoeren van hun job of de werkomstandigheden. Huisartsen hebben echter vaak weinig kennis van hun beroep, een al dan niet voltijdse job en hun concrete werkomstandigheden.

Een aanzienlijk deel van de hulpvragen bij de huisarts is werkgerelateerd. Dat kan gaan om een vraag naar arbeidsongeschiktheid voor banale gezondheidsklachten, waar het attest meer dan de diagnose of de behandeling de reden is voor het doktersbezoek. Maar ook meer complexe vragen komen voor, zoals fysieke en mentale klachten die verband houden met arbeidsongevallen, Repetitive Strain Injuries (RSI), problemen met de werkgever of conflicten met collega’s op het werk.

Op de vraag wie iemand is, wordt vaak met het beroep geantwoord. We beschouwen ons als het ware één met ons werk. Een job die aan onze competenties is aangepast, maakt zelfs dat we ons gezonder gaan voelen: zo gaan arbeid en gezondheid hand in hand.

Er wordt in de Nederlandse thuiszorg een flink tekort verwacht aan voldoende gekwalificeerde verpleegkundigen uit middelbaar beroepsonderwijs verpleegkunde (mbo-v) en hoger beroepsonderwijs verpleegkunde (hbo-v). Dit tekort is te wijten aan de vergrijzing, het slechte imago van werken in de zorg en de lage arbeidstevredenheid van verpleegkundigen.

Van patiëntenzijde verschenen in de media en de sociale media enkel negatieve boodschappen over het voornemen van minister Maggie De Block om gemiddelden te laten berekenen voor de afwezigheidsperiode bij borstkanker, lage rugpijn, burn-out, hartinfarct, de plaatsing van een knieprothese, enzovoort.

Sinds 1960 stelt men in West-Europa en Noord-Amerika vast dat er een continue stijging is van afwezigheid op het werk. In Groot-Brittannië zag men zelfs een stijging met 300% tijdens de laatste 30 jaar. Daar mag een werknemer zichzelf de eerste week ziek verklaren, nadien is er een verklaring nodig van de arts. De jaarlijkse kost voor de economie is immens.

Werk is meestal goed voor de gezondheid en afwezigheid van werk meestal nadelig. Of de huisarts iemand met rugpijn al dan niet een attest van werkonbekwaamheid zal geven, hangt af van zijn opleiding, zijn kennis van evidence based medicine, zijn persoonlijke overtuiging, zijn beschikbare tijd en van de voorgeschiedenis van de patiënt. Hoe artsen uiteindelijk een dergelijke beslissing nemen, is nog onvoldoende gekend.

Huisartsen moeten ook aandacht hebben voor arbeidgerelateerde risico’s. Dat gebeurt nu onvoldoende. De groepspraktijk Geneeskunde voor het Volk te Deurne (Antwerpen) onderzocht hoe vaak deze risico’s voorkomen bij de actieve mannelijke patiënten en of er in dit opzicht een verschil is tussen allochtone en autochtone werknemers.