Menu
Geavanceerd zoeken

Ondertussen zijn we vijf jaar na de ontdekking van hoge PFOS concentraties tijdens de werken aan de Oosterweelverbinding. Sindsdien zijn in Vlaanderen meerdere hotspots van PFAS verontreiniging vastgesteld. Dergelijke lokale vervuilingen veroorzaken veel onzekerheid en stress bij de getroffen bevolking. Hoewel het moeilijk blijft om met zekerheid een causaal verband te leggen tussen specifieke verbindingen en gezondheidsproblemen, hoeft dat verband niet volledig bewezen te zijn vooraleer maatregelen worden genomen.

Huisartsen behandelen individuele patiënten, maar zijn ook betrokken bij een breder gezondheidsdoel, planetary health, want de gezondheid van mens, dier en planeet zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. In dat licht komt een minder zichtbaar, maar urgent milieuprobleem steeds nadrukkelijker in beeld: de impact van medicijnen en geneesmiddelenresten in het milieu en vooral het oppervlaktewater.

De medische literatuur brengt verschillende gezondheidseffecten in verband met blootstelling aan PFAS: stijging van leverenzymen, verstoring van het lipidenmetabolisme en een verminderde antistoffenrespons na vaccinatie met tetanus en difterie.1 Gezien de uiteenlopende kwaliteit van de observationele studies en verschillen in methodiek, bestaat er nog veel onzekerheid over de associatie tussen PFAS en gezondheidsproblemen.

Zuivering van huishoudelijk afvalwater (influent) start met een mechanische reiniging via roosters om grof vuil te verwijderen. Daarna volgt een microbiologische zuivering in een actief-slib systeem, waarbij micro-organismen het opgeloste en fijnverdeelde organische materiaal verwerken: menselijke uitscheidingsproducten, voedselresten en detergenten. Dit organisch materiaal wordt omgezet in koolstofdioxide, water en nieuwe biomassa (slib).

De problematiek van medicijnresten in water staat hoog op de internationale en Europese agenda. Zowel op vlak van milieu (waterkwaliteit) als gezondheidszorg (duurzame zorg) worden nieuwe maatregelen uitgerold of voorbereid. Wie moet in actie komen om dit uit te voeren?

Antibiotica behoren tot de meest gebruikte therapeutische middelen in de geneeskunde, maar hun effectiviteit staat onder druk door de toenemende antimicrobiële resistentie, één van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid wereldwijd. In de ambulante zorg worden kinderen opvallend vaak behandeld met antibiotica, hoewel slechts een klein deel van de acute infecties bij kinderen een bacteriële oorsprong heeft.

Internationale gegevens tonen dat ongeveer een derde van alle antibioticavoorschriften bij kinderen niet de adviezen van de richtlijnen volgt. De beslissing om met antibiotica te behandelen is vaak ingegeven door voorzichtigheid, druk van ouders of de wens om gerust te stellen. Maar overmatig gebruik van antibiotica verhoogt de kans op antimicrobiële resistentie, een groeiend wereldwijd probleem dat geassocieerd is met bijna vijf miljoen doden per jaar.

Een jong kind met koorts, hoest of oorpijn zonder duidelijke tekenen van een ernstige infectie: voor elke huisarts is dit klinisch beeld herkenbaar en een routine. Het al dan niet voorschrijven van antibiotica is hierbij dan de ‘olifant in de kamer’. De vraag is niet alleen of antibiotica nodig zijn, maar ook hoe ouders het best worden begeleid in de dagen nadien.

Infecties tijdens de eerste levensmaand leiden wereldwijd jaarlijks tot meer dan 500 000 neonatale sterfgevallen. Het blijft een uitdaging om tijdens de eerste levensmaanden onderscheid te maken tussen spontaan genezende virale infecties en ernstige bacteriële aandoeningen. Deze diagnostische onzekerheid in een cruciale levensfase leidt vaak tot uitgebreid diagnostisch onderzoek, een lage drempel om antibiotica voor te schrijven en een hoog aantal ziekenhuisopnames.