Menu

Zelftesten werken prima om COVID-besmettelijke personen op te sporen

Zelftesten werken prima om COVID-besmettelijke personen op te sporen

Enkel online beschikbaar
Stohr JJJM, Zwart VF, Goderski G, Meijer A, Nagel-Imming CRS, Kluytmans-van den Bergh MFQ, et al. Self-testing for the detection of SARS-CoV-2 infection with rapid antigen tests for people with suspected COVID-19 in the community. Clinical Microbiology and Infection 29 July 2021. https://doi.org/10.1016/j.cmi.2021.07.039

Testen en herhaaldelijk testen is, samen met vaccinatie, één van de strategieën om de viruscirculatie van SARS-CoV-2 zo laag mogelijk te houden. Maar op grote schaal testen gedurende een (zeer) lange tijd legt een grote belasting op testcentra en laboratoria, om maar te zwijgen van de (huis)artsen die te veel personen te verwerken krijgen om zich te laten testen. Zulke aanpak houdt onze samenleving en gezondheidszorg niet vol.  

Misschien moeten we de teststrategie op SARS-CoV-2 over een andere boeg gooien en testen in de huiskamer promoten in plaats van bij de dokter of in testcentra. De technologie is voorhanden met snelle antigeentesten (zelftesten), verkrijgbaar bij de apotheker. Observationele studies laten zien dat de nauwkeurigheid van zelftesten (via neuswisser afgenomen door een professional) niet moet onderdoen voor de state-of-the art afgenomen PCR-testen.  

Grootschalig recent onderzoek in Nederland 

Maar wat is de nauwkeurigheid van een teststrategie waarbij de persoon in kwestie geen assistentie van een professional krijgt en het moet doen met een geschreven uitleg, verduidelijkende tekeningen en een QR-code naar een filmpje over zelfafname en uitvoering? Dat was de uitdaging van een grootschalig onderzoek in het testcentrum in Tilburg dat recent (29 juli 2021) als pre-proof in Clinical Microbiology and Infection werd gepubliceerd.  

Tijdens de maanden december 2020 en januari 2021 contacteerden 3201 personen het testcentrum, waarvan twee derde met symptomen en één derde klachtenvrij maar met een recent hoog risicocontact. Ze ontvingen thuis een testkit voor een zelftest, waarna ze zich naar het testcentrum begaven voor een afname met een nasofaryngeale wisser en een PCR-test. 

Het onderzoek focuste op het opsporen van personen die voldoende virus in zich dragen om anderen te besmetten. Vanuit dat perspectief is een PCR-test te gevoelig, want deze test pikt ook RNA op van mensen die niet langer besmettelijk zijn maar nog wel brokstukken van het virus in zich hebben. Om te corrigeren voor deze ‘overgevoeligheid’ van de PCR-test voerden de onderzoekers bij 288 van de 376 positieve PCR-testen een virale cultuur uit om nauwkeuriger de ‘levensvatbaarheid’ (de kans dat deze persoon met positieve PCR ook de besmetting kan doorgeven) van het afgenomen staal te beoordelen. Zij namen aan dat een persoon echt besmettelijk is bij een RNA-concentratie (bepaald via het aantal cycli in de PCR-testprocedure om tot een positief resultaat te komen) die 50% kans geeft op een positieve viruscultuur. Een RNA-concentratie onder deze cutoff werd als ‘negatief’ beschouwd: deze persoon draagt geen virus over naar anderen. 

Hoge betrouwbaarheid bij lage prevalentie 

Vanuit het perspectief van ‘besmettelijk voor anderen’ komen de onderzoekers uit op een gevoeligheid van 78,4% (95%-BI: 73,2-83,5) en een specificiteit van 99,4% (95%-BI: 99,1-99,7). De kans op een fout-negatief resultaat was significant hoger voor oudere personen. Aangezien de virusproductie en -uitscheiding niet afnemen met de leeftijd, nemen de onderzoekers aan dat dit effect te wijten is aan het minder nauwkeurig uitvoeren van de staalafname of de uitvoering van de zelftest. 

Wanneer we uitgaan van de ondergrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor sensitiviteit (73%) en specificiteit (99%), komen we tot volgende percentages van ‘betrouwbaarheid’ van een negatieve zelftest (zie tabel): 

Tabel: Betrouwbaarheid van een negatieve zelftest volgens stijgende prevalentie.
Prevalentie: percentage personen met overdraagbaar virus in luchtwegen  Negatief voorspellende waarde van een zelftest (opsporing van antigeen) 
1% 99%
5% 98%
10% 97%
15% 95%
20% %

Hieruit blijkt dat een ‘real-life’ testsetting van zelftesten zonder assistentie heel nauwkeurig het aantal personen eruit pikt die geen overdraagbaar virus in zich hebben en zich dus vrij in de samenleving kunnen bewegen zonder de viruscirculatie aan te wakkeren.  

Vooral bij een sluimerende epidemie met een prevalentie van besmettelijke personen rond de 1% is de betrouwbaarheid van dergelijke strategie erg hoog: slechts één op honderd glipt door de mazen van het testnet. Bij een uitslaande epidemie, als de prevalentie stijgt boven de 20%, is deze strategie niet langer houdbaar. Maar hopelijk hoeft dat nooit meer te gebeuren en kunnen vaccinatie en zelftesting de coronacrisis bedwingen, zonder te grote druk op de gezondheidszorg. 

Samenvatting

Staalafname en uitvoering van zelftesten voor SARS-CoV-2 zijn nauwkeurig én betrouwbaar om personen te identificeren die geen besmettelijke hoeveelheid virus in zich dragen. Enkel bij een oncontroleerbare groei van de epidemie (prevalentie >20%) is het aantal fout-negatieve testen te hoog.

Auteur(s)

Dirk Avonts is hoofdredacteur van Huisarts Nu.

Hebt u een vraag of opmerking?
Laat het ons weten!